Direct na de eerste Sabbat na Pesach, begint men met tellen van de 50 dagen tot Shavuot, het vierde feest. Een feest dat met verschillende benamingen genoemd wordt in de Bijbel, dag der eerstelingen, feest der weken, Wekenfeest.  50 betekent in het Grieks ‘Pentekoste’ Pinksteren, en komt in het eerste testament al veelvuldig voor. Het is dus geen nieuw woord wat exclusief voor de ‘christenen’ zou zijn die toen tot geloof kwamen en de gemeente vormden (handelingen 2).  Leviticus 23:15-16 “U moet dan vanaf de dag na de sabbat gaan tellen, vanaf de dag dat u de schoof van het beweegoffer gebracht hebt. Zeven volle weken zullen het zijn. Tot de dag na de zevende sabbat moet u vijftig dagen tellen. Dan moet u de HEERE een nieuw graanoffer aanbieden.”  Exodus 34:22a “Ook moet u voor uzelf het Wekenfeest houden, dat is het feest bij de eerste vruchten van de tarweoogst; en ook het Feest van de inzameling, bij de jaarwisseling.”

Het viel na de eerste gerstoogst (beweegoffer op de dag na de achtste dag van de week van de eerste wekelijkse sabbat in de week van ongezuurde broden) en na de eerste tarweoogst (50 dagen later). Beide keren werden de eerstelingen aangeboden. Door een oogstfeest, gaven de Israëlieten blijk van hun dankbaarheid aan God. Ter gelegenheid van dit feest wordt het Bijbelboek Ruth gelezen, aangezien die geschiedenis zich afspeelt in de oogsttijd.  

Ruth 2:23 “Zo bleef zij dicht bij de meisjes van Boaz om aren te rapen, tot de gersteoogst en de tarweoogst voorbij waren. En zij bleef bij haar schoonmoeder.”

Leviticus 23:22 “Wanneer u de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker bij het binnenhalen van uw oogst niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. U moet het laten liggen voor de arme en de vreemdeling. Ik ben de HEERE, uw God.”

Later in de geschiedenis werd er een extra betekenis aan dit feest toegevoegd, namelijk het ontvangen van de wet op de berg Horeb. Joodse traditie zegt dat 50 dagen na de uittocht, dat wil zeggen 7 volle weken later, het volk aan kwam bij de Horeb. Dit is niet helemaal vast te stellen. Volgens Exodus 19:1-3 “In de derde maand, op dezelfde dag dat de Israëlieten uit het land Egypte waren vertrokken, kwamen zij in de woestijn Sinaï. Zij braken op vanuit Rafidim, kwamen in de woestijn Sinaï en sloegen hun kamp op in de woestijn. Israël sloeg daar zijn kamp op tegenover de berg. Toen klom Mozes omhoog, naar God. De HEERE riep hem vanaf de berg: Zo moet u tegen het huis van Jacob zeggen en de Israëlieten verkondigen.” Het volk trok de 15e Nisan (volle maan) Egypte uit, de derde nieuwemaansviering valt dan op de 1ste Sivan, dat is 6 weken en drie dagen later (45 dagen). In de daarop volgende dagen klimt Mozes twee keer de berg op. Bij de tweede keer krijgt hij te horen dat God op de derde dag zal neerdalen.  

Exodus 19:10-11 “En de HEERE zei tegen Mozes: ga naar het volk toe, en heilig hen vandaag en morgen, en laten zij hun kleren wassen en over drie dagen gereed zijn. Op de derde dag zal de HEERE namelijk voor de ogen van heel het volk neerdalen op de berg Sinaï.

Dat zou dan op 48 dagen uitkomen. Het kan zijn dat Mozes de eerste keer in twee dagen omhoog en omlaag ging, maar dat staat er niet. Er zijn zoveel meningen en best mooie verbindingen, maar je moet altijd oppassen om er niets iets van te maken wat er niet staat. Het blijft gewoon een offerfeest met daarin prachtige verwijzingen en mooie linken met de Tora en het tweede testament. Een offerfeest met dankbaarheid voor de stoffelijke zegen van de oogst en de geestelijke zegen van de Tora. Er zijn veel parallellen tussen het feest van de eerstelingen en Pinksteren. Er zijn verwijzingen, met betrekking tot de eerstelingen, in het tweede testament. Hierin mogen we de compleetheid van Gods woord bevestigd zien. Pas op voor de te snelle conclusie dat het Wekenfeest gezien kan worden als een feest van het ontvangen van de Tora; en dat Pinksteren het feest is van het ontvangen van de Heilige geest. Op het Wekenfeest ontving het volk de Tora en op Pinksteren ontvingen ze Heilige Geest. Daar liggen zeker verbanden en overeenkomsten. Maar bij het instellen van de feesten worden deze elementen niet genoemd en later wordt er niet vermeld dat dit nu de nieuwe feesten zijn. Daarom moeten we de feesten ‘puur’ blijven vieren en daarbij nemen we de vervullingen, die we tegenkomen in Zijn Woord, mee. Zeker als we zien dat Jesjoea hierin verheerlijkt wordt en we de vervulling in Hem zien plaatsvinden. Maar dat neemt het oorspronkelijke feest niet weg; een oogstfeest. 

Paralellen tussen het Wekenfeest en Pinksteren: 

Wekenfeest      ->           eerstelingen van de oogst 

Pinksteren         ->          eerstelingen van de Geest 

Eerstelingen van Zijn oogst: 

Romeinen 8:23 “En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.”

Jacobus 1:19 “Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.” 

  

Wekenfeest       ->           Vuur, aardbeving en een windvlaag, rond het ontvangen van de Tora                     waren deze tekenen zichtbaar. 

Pinksteren         ->            Vuur, aardbeving en een windvlaag 

Handelingen 2:1-3 “En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eensgezind bijeen. En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen.” 

 

Wekenfeest      ->            Ontvangen van de Tora op stenen tafelen 

Pinksteren         ->            Ontvangen van de Tora die in ons hart geschreven is. 

 

Wekenfeest      ->            Verbond met het volk 

Pinksteren         ->            Heidenen mochten er bij horen, uitbreiding van het verbond 

Handelingen 2:39 “Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal.” 

Efeze 2:13 “Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen.”  

 

Pesacheen indrukwekkend feest
Als er één feest is dat verbonden is met de identiteit van Israël, dan is dat wel Pesach. Met Pesach wordt er niet alleen een volk verlost, maar ook een volk geboren. God openbaart zich op een zeer indrukwekkende, ongekend machtige manier aan Israël, aan Egypte en aan alle omringende volken. Het getuigenis van de God van Israël, is doorgedrongen tot in de poorten van Jericho. Rachab zegt tegen de twee verspieders: Jozua 2:9-13 “…Ik weet dat de HEERE u dit land gegeven heeft en dat de schrik voor u op ons gevallen is, en dat al de inwoners van dit land weggesmolten zijn van angst voor u. Want wij hebben gehoord dat de HEERE het water van de Schelfzee voor uw ogen heeft doen opdrogen, toen u uit Egypte ging. En ook wat u hebt gedaan met de twee koningen van de Amorieten, Sihon en Og, die aan de andere zijde van de Jordaan waren, die u met de ban geslagen hebt. Toen wij dat hoorden, smolt ons hart weg van angst, en vanwege u bestaat er geen moed meer in iemand, want de HEERE, uw God, is een God boven in de hemel en beneden op de aarde. Nu dan, zweer mij toch bij de HEERE, omdat ik goedertierenheid aan u bewezen heb, dat u ook goedertierenheid zult bewijzen aan het huis van mijn vader, en geef mij een teken van trouw dat u mijn vader en mijn moeder zult laten leven, en ook mijn broers en mijn zusters met al wat van hen is, en dat u ons leven van de dood redden zult.

Rachab wist dat God bij machte was om mensen te redden in een onmogelijke situatie. In Egypte werden, te midden van Gods oordeel over alle eerstgeborenen van Egypte, alle eerstgeborenen van de Israëlieten en het hele volk gered.  Het volk stond voor de zee, terwijl de Egyptenaren in hun rug kwamen aangestormd. God redde het volk door een pad in de zee te maken, wat tegelijkertijd de ondergang was van de Egyptenaren.  Zo wist Rachab dat de God van Israël ook haar kon redden, al stortte de hele stad om haar heen in elkaar. Dit geloof heeft haar gered. 

De Israëlieten moesten het bloed van een lam aan de deurposten smeren, als herkenningsteken. Zodat de engel des doods voorbij zou gaan en het huisgezin gespaard zou worden. Op dezelfde manier moest Rachab een scharlaken rood koord uit het raam hangen, als herkenningsteken. Zodat zij en haar gezin gespaard zou worden. Zij vierde als het ware haar eigen Pesach en werd zo gered en werd op deze manier, op een bijzondere wijze, bij het volk van God gevoegd. We lezen in Exodus dat er niet alleen Israëlieten uittrokken. Exodus 12:38 “Ook trok een grote groep van mensen van allerlei herkomst met hen mee, en kleinvee en runderen, zeer veel vee.” 

Dit brengt Pesach meteen dicht bij huis. Wij zijn ook mensen van allerlei herkomst, gelovigen uit de heidenen. Door het geloof in de God van Israël, mogen wij delen in de redding en verlossing van Israël. Efeze 2:13-20 “Maar nu, in Christus Jezus, bent u, die voorheen veraf was, door het bloed van Christus dichtbij gekomen. Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is. 

In die wetenschap mogen ook wij Pesach, het feest van de bevrijding en verlossing vieren, in verbondenheid met Israël. 

De tiende plaag 
De bevrijding van Israël begint met de laatste plaag over Egypte: de dood van alle eerstgeborenen. Pesach betekent “voorbijgaan”, verwijzend naar de engel des doods, die aan de deuren met bloed aan de deurposten voorbij ging. Deze gebeurtenis moest elk jaar herdacht, gevierd en verteld worden. Pesach gaat natuurlijk veel dieper dan alleen de bevrijding uit Egypte en de verlossing van de slavernij. Het centrum van Pesach is het Lam. Dit lam moest op de 10e van de maand tot de 14e van de maand in huis worden genomen. Het hele feest wijst naar ‘Het Pesachlam’: de beloofde Messias Jesjoea. Het Lam Gods dat de zonden van de wereld weggenomen heeft. 

Exodus 12:1-28 “De HEERE zei tegen Mozes en tegen Aäron in het land Egypte: Deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn. Hij zal voor u de eerste zijn van de maanden van het jaar. 
Spreek tot heel de gemeenschap van Israël: Op de tiende dag van deze maand moet ieder voor zich een lam per familie nemen, een lam per gezin. Maar als het gezin te klein is voor een lam, dan moet hij er samen met de buurman, die het dichtst bij zijn gezin woont, één nemen, overeenkomstig het aantal personen. U moet bij het lam rekening houden met wat ieder eten kan. U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de geiten nemen. U moet het in bewaring houden tot de veertiende dag van deze maand, en heel de verzamelde gemeenschap van Israël zal het slachten tegen het vallen van de avond. 
En zij zullen van het bloed nemen en het aan de beide deurposten strijken en aan de bovendorpel, aan de huizen waarin zij het eten zullen. Zij moeten het vlees dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten. 
En zo moet u het eten: uw middel omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand. U moet het met haast eten, het is Pascha voor de HEERE. Want Ik zal in deze nacht door het land Egypte trekken en alle eerstgeborenen in het land Egypte treffen, van de mensen tot het vee. En Ik zal aan al de goden van de Egyptenaren strafgerichten voltrekken, Ik, de HEERE. 
En het bloed zal u tot een teken zijn aan de huizen waarin u verblijft. Als Ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan en er zal geen plaag onder u zijn die verderf teweegbrengt, als Ik het land Egypte zal treffen. Deze dag moet voor u een gedenkdag worden. U moet hem vieren als een feest voor de HEERE. U moet hem vieren als een eeuwige verordening, al uw generaties door. Zeven dagen moet u ongezuurde broden eten. Meteen op de eerste dag moet u het zuurdeeg uit uw huizen wegdoen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, die persoon moet uit Israël worden uitgeroeid. 
Op de eerste dag moet er een heilige samenkomst zijn, en ook moet u een heilige samenkomst hebben op de zevende dag. Geen enkel werk mag op die dag gedaan worden. Alleen dat wat door iedere persoon gegeten wordt, mag door u klaargemaakt worden. Neem dan het feest van de ongezuurde broden in acht, want op deze zelfde dag zal Ik uw legers uit het land Egypte geleid hebben. Daarom moet u deze dag in acht nemen als een eeuwige verordening, al uw generaties door. Toen riep Mozes al de oudsten van Israël bijeen en zei tegen hen: Kies uit, en neem voor uzelf kleinvee voor uw gezinnen, en slacht het paaslam. Neem dan een bosje hysop en doop het in het bloed dat in een schaal is, en strijk van het bloed dat in de schaal is, op de bovendorpel en op de beide deurposten. Maar wat u betreft, niemand mag de deur van zijn huis uit gaan, tot de volgende morgen. Want de HEERE zal het land doortrekken om Egypte te treffen, maar als Hij het bloed zal zien op de bovendorpel en op de beide deurposten, dan zal de HEERE de deur voorbijgaan en de verderver niet toestaan om uw huizen binnen te komen om u te treffen. Houd dit als verordening voor u en uw kinderen, tot in eeuwigheid. En het zal gebeuren, als u in het land komt dat de HEERE u geven zal, zoals Hij gesproken heeft, dan moet u deze dienst in acht nemen. En het zal gebeuren, als uw kinderen tegen u zullen zeggen: Wat betekent deze dienst voor u? dat u moet zeggen: Dit is een Pascha-offer voor de HEERE, Die in Egypte de huizen van de Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren trof en onze huizen bevrijdde. Toen knielde het volk en boog zich neer. De Israëlieten gingen weg en deden zoals de HEERE Mozes en Aäron geboden had, zo deden zij.

Het lam moest smetteloos zijn. Het moest in bewaring gehouden worden tot de 14e Nisan. Het moest vier dagen gekeurd worden of het wel zonder gebrek was. Jesjoea heeft bewezen een smetteloos en onbevlekt lam te zijn, hij werd tot vier maal toe onschuldig bevonden: Door Annas, Kajafas, Herodes en Pilatus. 1 Petrus 1:18-19 “in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.

De Sedermaaltijd 
Het volk moest hun bevrijding vieren, terwijl ze nog in Egypte waren. Met haast! Met hun jas al aan, zouden wij zeggen. Maar eenmaal bevrijd, moest deze gebeurtenis elk jaar opnieuw uitgebreid in alle rust herdacht, gevierd en verteld worden aan de kinderen. Dit werd ieder jaar weer op de avond van de 14e Nisan gedaan. Dit is de sederavond. Juist op deze dag, op de avond van de 14e Nisan, terwijl het Pesach lam in de tempel geslacht werd, werd Jesjoea, het Lam Gods geslacht om de zonden van de wereld weg te nemen. Hij legde Zijn leven af, om Zijn volk te verlossen. Mattheus 1:21 “…en u zult Hem de Naam Jezus (Jesjoea) geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Jesjoea had met Zijn discipelen de avond te voren al de Pesachmaaltijd gevierd. De Maaltijd waar Hij vurig naar verlangde om deze met zijn discipelen te vieren. Meestal wordt deze maaltijd “het laatste avondmaal” genoemd, of “de instelling van het heilig Avondmaal”. Maar Jesjoea vierde met zijn discipelen “gewoon” de sedermaaltijd. Hij gaf de maaltijd wel een diepere dimensie. de echte dimensie. Hij legde als het ware de maaltijd uit, aan mannen die de sedermaaltijd al hun hele leven gevierd hadden. Op het moment zelf zullen ze het waarschijnlijk nog nauwelijks begrepen hebben.  

De Haggadah 
Voor deze Sederavond hebben de Joden een liturgie, een orde van dienst (‘Seder’ betekent ‘orde’), die al eeuwen oud is: de haggadah (vertelling).  Aan de hand van de haggadah wordt het verhaal van de uittocht verteld, vooral gericht op de kinderen. Omdat zij het ook weer door moeten vertellen. 

Handen wassen 
Op het moment dat de maaltijd begint, worden eerst de handen gewassen. Dit doet ons denken aan de voetwassing die Jesjoea deed bij al zijn volgelingen. 

Matses 
Tijdens de maaltijd worden matses gegeten. Dit zijn ongezuurde broden, brood zonder gist. Omdat het volk met haast moest uittrekken, was er geen tijd meer om het deeg te laten rijzen. Bovendien verwijst gist naar de zonde. Gist verzuurt het deeg en maakt het brood opgeblazen. Voor aanvang van het feest moesten de huizen doorzocht worden op broodresten met gist erin. Dit gist moest allemaal opgeruimd worden. Naast de gewone matses die tijdens de sedermaaltijd gegeten worden, zijn er drie speciale matses die op een stapeltje op de tafel liggen. Deze hebben een bijzondere rol tijdens de Maaltijd. 

De middelste matse (de Afikoman) wordt tijdens de maaltijd gebroken. Deze middelste matse wordt voor een deel gegeten en het andere deel wordt in doeken gewikkeld en verstopt. Aan het einde van de maaltijd wordt deze door de kinderen opgezocht. De middelste matse verwijst naar de Middelaar, de Priester, of de Zoon die gebroken werd en begraven. Hij is ook weer uit de dood opgestaan.  Deze middelste gebroken matse is het brood dat Jezus breekt en waarmee Hij de Maaltijd van de Heer instelt. Lukas 22:19 “En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.

De vier drinkbekers 
De sedermaaltijd kent ook een speciale sederschotel en op tafel staan vier drinkbekers.  

Er wordt slechts uit drie bekers gedronken. 

De vier drinkbekers zijn gebaseerd op Exodus 6:5-6 “Zeg daarom tegen de Israëlieten: Ik ben de HEERE. Ik zal u uitleiden van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren. Ik zal u redden uit hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en door zware strafgerichten. Ik zal u tot Mijn volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn. Dan zult u weten dat Ik de HEERE, uw God, ben, Die u uitleidt van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren.

  1. Ik zal jullie uitleiden: beker der heiliging, Kos Kadesh 
  2. Ik zal jullie redden: beker der plagen, Kos Hamakot 
  3. Ik zal jullie verlossen: beker der vrijkoping, verlossing, of dankzegging, Kos Hage’oelah 
  4. Ik zal jullie aannemen: beker der aanneming en lofprijzing, Kos Hallel  

1. De beker der heiliging
Lukas 22:17-18 “En nadat Hij een drinkbeker genomen had en gedankt had, zei Hij: Neem deze en deel hem onder elkaar. Want Ik zeg u dat Ik niet drinken zal van de vrucht van de wijnstok, totdat het Koninkrijk van God gekomen is.” 
2. De beker der plagen
De beker van de plagen, wordt niet gedronken. De plagen zijn juist aan Israël voorbijgegaan. Tijdens het voorlezen van de plagen, worden bij elke plaag druppels wijn op een servet of in een schaal gegoten/gespetterd. Jesjoea bad: “Laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan.” Prijs de Heer! Hij heeft de beker van de toorn van God gedronken. Daardoor zijn wij verlost.
3. De beker der verlossing
Deze beker gebruikt Jesjoea om te verwijzen naar Zijn bloed dat vergoten zal worden. Lukas 22:20 “Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.
4.De beker van de aanneming en lofprijzing
Jesjoea heeft ook ons als kinderen aangenomen. Galaten 3:26&29 “Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen. 

De sederschotel 
Op de sederschotel liggen 5 ingrediënten, die allemaal een diepe betekenis hebben. 

  1. Karpas en zout water
  2. Zeroah
  3. Baytzah
  4. Maror
  5. Charoset

 

  1. Karpas (takje peterselie) en zout water
    Een takje peterselie wordt gedoopt in zout water en opgegeten. Dit herinnert ons aan het bosje hysop, waarmee bloed aan de deurposten werd gesmeerd. Het zout symboliseert de tranen in Egypte en het takje wijst op een nieuw begin (lente). De hysop komen we ook tegen, als Jesjoea zure wijn te drinken gegeven wordt. De spons wordt omgeven door hysop. Voor de karpas wordt ook selderij, witlof of radijs gebruikt. 
  1. Zeroah (bot van een lam)
    Dit verwijst naar het Pesachlam. Omdat er geen tempel meer is, wordt er geen lam meer geslacht en bevindt zich alleen een lamsbotje op de schotel. Soms wordt hier ook een kippenbotje voor gebruikt. In de Messiaanse haggadah wordt dit vaak achterwege gelaten, omdat het Lam in ons midden is. Het Lam is eens en voor altijd geslacht. 
  1. Baytzah (een gekookt en geroosterd/gebarsten ei) 
    Het ei staat symbool voor het nieuwe leven en vruchtbaarheid. Dit geroosterde/ gebakken ei verwijst ook naar rouw, vanwege de verwoesting van de tweede tempel.  
  1. Maror (bittere kruiden) 
    Het Pesachmaal moest met bittere kruiden gegeten worden (Exodus 12:8 “Zij moeten het vlees dezelfde nacht nog eten; op vuur gebraden, met ongezuurde broden, en met bittere kruiden moeten zij het eten.”) Hier wordt geraspte Mierikswortel voor gebruikt. Mierikswortel kun je niet eten zonder er tranen van in je ogen te krijgen. Dit verwijst naar de bitterheid van de slavernij in Egypte en naar het bittere lijden van Jesjoea. 
  1. Charoset (zoet)
    Dit is een mengsel van appels, noten, gember, rozijnen, kaneel, etc. Dit mengsel lijkt op het leem en de stenen uit Egypte. Het symboliseert het geluk na het lijden. De charoset wordt samen met de maror en de gebroken matse gegeten. Voordat de maror in de charoset gedoopt wordt, worden er enkele druppels wijn aan toegevoegd, als teken van het bloed van de het lijden. 

In de Messiaanse uitleg verwijst dit naar het bloed van Jesjoea. De gebroken matse verwijst naar het gebroken lichaam van Jesjoea. Dit was waarschijnlijk ook het moment waarop Judas samen met Jesjoea indoopte en hierdoor zichzelf bekend maakte als de verrader. 
Mattheus 26:23 “Hij antwoordde en zei: Wie de hand met Mij in de schotel indoopt, die zal Mij verraden.”

Het Hallel 
Na de maaltijd zong Jesjoea met zijn discipelen de lofzang. Dit is het Hallel, het afsluitend onderdeel van de sedermaaltijd. Dit zijn de psalmen 113 t/m 118. Jesjoea Zelf spreekt door deze psalmen heen: Psalm 116:3 “Banden van de dood hadden mij omvangen, angsten van het graf hadden mij getroffen, ik ondervond benauwdheid en verdriet. Maar ik riep de Naam van de HEERE aan: Och HEERE, bevrijd mijn ziel!” Psalm 116 spreekt ook over de Beker van verlossing (de derde beker): “Ik zal de beker van het heil heffen en de Naam van de HEERE aanroepen.” 

Psalm 118:22-26 “De steen die de bouwers verworpen hadden, is tot een hoeksteen geworden. Dit is door de HEERE geschied, het is wonderlijk in onze ogen. Dit is de dag die de HEERE gemaakt heeft, laten wij op deze dag ons verheugen en verblijd zijn. Och HEERE, breng toch heil; och HEERE, geef toch voorspoed. Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE! Wij zegenen u vanuit het huis van de HEERE.

Het Poerim feest is ook een prachtig feest, maar wordt niet in de Bijbel genoemd als een door God ingesteld feest. Wel is het een belangrijk en zeker actueel feest. Ook vandaag aan de dag wordt Gods volk met uitroeiing bedreigd en zien we gelukkig nog steeds mensen opstaan tegen de plannen die de Boze tegen Zijn volk heeft. Daarom zien we reikhalzend uit naar het moment dat de Ene opstaat voor Zijn volk en een einde maakt aan de bedreiging voor Zijn volk.  

Dit feest valt in de maand Adar, op de 13e. Het verhaal van Poerim wordt verteld in het boek Esther. Het verhaal van Hadassah, ook wel Esther genoemd (wat betekent “ik verberg mij” of “ik heb mij verborgen”), speelt zich af in de vijfde eeuw voor de gangbare jaartelling. De joden zijn verspreid over het Perzische rijk. Mordechai en zijn aangenomen dochter spelen de hoofdrollen.  

Koning Ahasveros ronselt mooie meisjes in zijn koninkrijk. Koningin Vasthi is in onmin geraakt en hij zocht een nieuwe koningin, niet zo maar één, maar het moest de mooiste vrouw van het rijk zijn.  

Esther wordt meegenomen, maar moet van Mordechai haar Joodse identiteit “verborgen houden”. Dit vanwege het antisemitisme. Mordechai komt er achter dat Haman een plan verzonnen heeft om de Joden allemaal uit te roeien. Mordechai zegt tegen Esther: “misschien heeft God je hier wel voor geroepen, zorg ervoor dat de koning af ziet van dit plan. Laat hem de werkelijkheid zien van dit listig plan van Haman en vertel wat de gevolgen voor jouw volk zijn als dit uitgevoerd wordt.” Esther roept de Joodse bevolking op om te bidden en te vasten en gaat, met gevaar voor eigen leven, onuitgenodigd naar de koning. De beroemende woorden “kom ik om, dan kom ik om” maken diepe indruk. Esther 4:16 “Ga, verzamel alle Joden die zich in Susan bevinden, en vast voor mij: eet niet en drink niet, drie dagen lang, nacht en dag. Ook ikzelf zal zo vasten, samen met mijn dienaressen, en dan zal ik naar de koning gaan, wat niet overeenkomstig de wet is. Als ik dan omkom, dan kom ik om.” 

Ze heeft succes en de koning doorziet het plan van Haman; het plan voor de uitroeiing van de Joden wordt verijdeld. De dag dat de Joden uitgeroeid zouden worden was vastgesteld op de 13e van de maand Adar. Deze datum was door Haman bepaald door het lot. Maar God keert het lot, ten gunste van Zijn volk. Omdat de wet al geautoriseerd was, kon de koning de wet niet meer terug draaien. Wel kon hij de Joden voorzien van wapens en hen tactisch voordeel geven: ze mochten zich verzamelen. Het werd ze niet cadeau gegeven, maar ze konden, in de kracht die God hen gaf, de vijanden verslaan. 

Nog steeds wordt Zijn volk bedreigd en mogen we opstaan tegen Zijn vijanden. Mag het ons ook wat kosten, net als Esther? Dit feest vieren we niet door een aparte activiteit op die dag te organiseren maar wel door er aandacht aan te geven in de dienst en bij de Sabbatschool. 

Aanbeveling 
De zeven feesten zijn Gods feesten. We mogen en hoeven ze niet te veranderen of aan te passen. Alle feesten wijzen op Gods leiding en verlossing in het leven van Zijn volk en van ons. We hebben gezien dat we erbij horen.  Alle feesten wijzen naar Jesjoea en naar Zijn komende Koninkrijk, het herstel van alle dingen en het herstel van Israël, als licht voor de wereld.  Zoals in het begin al aangeven, zijn we zeker nog niet uitgesproken over de Bijbelse feesten. We hebben maar een klein stukje van de volheid kunnen aanstippen. We hopen dat het genoeg is om er enthousiast van te raken, zodat u de schroom, om het te vol te gaan vieren, van u af kan schudden. Ook hopen we dat dit stukje u voldoende heeft kunnen uitdagen om er meer van te lezen. De literatuur die we gebruikt hebben staat hieronder vermeld, daar kunt u nog meer informatie in vinden. Boeken kunnen alleen niet alles vertellen en onthullen. Daarvoor moet u bij de Bron zijn, de Bron van alle dingen, die er naar verlangt om Zichzelf aan ons te laten zien. 

Een geschenk uit de hemel
Nadat God Zijn scheppingswerk voltooid had heeft Hij gerust op de zevende dag. Niet alleen Hij ruste, Hij gaf deze dag ook als een geschenk aan de mens. Adam en Eva waren geroepen om te heersen over de schepping van God. Zij raakten door hun ongehoorzaamheid deze verantwoordelijkheid kwijt, maar dat niet alleen. De zonde die zij gedaan hadden kwam tussen God en de mensen in te staan. Er ontstond vijandschap. De goede relatie tussen God en de mens is verbroken. Dat geld ook vandaag de dag nog voor ieder mens. God heeft echter al vanaf het begin beloofd dat Hij deze relatie zal gaan herstellen. Die belofte heeft Hij vervuld door Zijn Zoon Jezus te zenden. Jezus heeft door Zijn lijden, sterven en opstanding vrede gemaakt tussen God en de mens. Door te vertrouwen op Zijn werk kunnen wij weer in relatie met God komen. God heeft ook beloofd dat Hij deze aarde weer vrij maken van de macht van de zonde, en van de dood. 

Één van de gevolgen van de zondeval is dat wij als mensen moeten werken. Alleen door te werken kunnen wij voorzien in ons levensonderhoud, huisvesting, gezondheid enz. Vanuit het paradijs heeft God de mens echter een bijzonder geschenk meegegeven. Wat is het een feest dat God één dag van rust heeft gegeven aan de mens. Een dag om je te verblijden in Hem, om tijd te hebben voor huwelijk en gezin, en samen te komen met medegelovigen. Dat is niet eens het enige. Ondanks de zondeval mochten Adam en Eva twee prachtige geschenken meenemen het paradijs uit. Het huwelijk(een prachtige inzetting van God) werd niet ontbonden. Maar ook de wekelijkse rustdag werd hen door God niet afgenomen. Helaas zien veel mensen het vieren van de sabbat als iets wettisch. Een dag dat je moet rusten volgens de wet van God en die ingevuld moet worden door regels te onderhouden.

Wat een bevrijdende gedachte dat de sabbat was er al was voor de wet gegeven werd! De sabbat was er al toen de zonde Gods schepping nog niet bezoedeld had. Iets van het hemelse dat de relatie tussen man en vrouw in zich heeft mag beleefd worden in het huwelijk. Iets van de rust van het paradijs mag beleefd worden op de dag die God wekelijks apart gezet heeft tot eer van Zijn naam, tot welzijn van de mens.

De sabbat, zegen voor Israël
We komen de sabbat dus al op de eerste bladzijden van de bijbel tegen. Daarna lezen we er een tijdje niets over. Het lijkt erop dat de mens deze prachtige inzetting van God al snel vergeten was. Als er een nieuwe fase in het heilsplan van God aanbreekt komt hier weer verandering in. God kiest in Zijn genade het volk Israël uit om een bijzondere weg mee te gaan. Dit volk ontvangt Zijn wetten en mag dienstbaar zijn als een volk van koningen en priesters. Het hart van Gods wet wordt gevormd door de tien woorden. (beter bekent als de tien geboden) En raad eens? In het hart van Gods wet vinden wij …het sabbatsgebod.

Dat dit niet zomaar is blijkt wel uit het feit dat de sabbat in de profeten veel genoemd wordt. Steeds weer wordt het volk Israël terug geroepen naar gehoorzaamheid aan dit gebod. Want hoewel de sabbat enerzijds een prachtig geschenk is; het is geen vrijblijvende zaak of men dit dan wel of niet aanneemt. De geboden van God zijn de richtlijnen waar een samenleving op een godvruchtige en menswaardige wijze mee ingericht behoort te worden. Mensen die dit aan hun laars lappen krijgen God tegen zich.

God heeft alle volken op het oog
De verkiezing van Israël betekent niet dat God de andere volkeren verwerpt. Veelmeer is het zo dat God de andere volken wil bereiken door Israël. De zegen die er is in het houden van de geboden van God is niet alleen voor Israël. (Lees deut4:5-8) God had van meet af aan het plan om Israël te gebruiken om de wereld het heil te verkondigen.

Het evangelie
Dat we de sabbat bij de profeten zo vaak tegenkomen betekent dus niet veel goeds. Israël verlaat keer op keer de geboden van God en heult met de afgoden van de volken om hen heen. Zo verspreiden zij geen zegen, maar veelmeer onteren zij de Naam van God. God laat Zijn plan echter niet los. Er komt één Israëliet die zal zorgen dat uiteindelijk heel Israël tot zijn bestemming zal komen. Jezus de Messias, beloofd door God in de profeten, is de Hoop voor Israël en de volken. Als die éne Israëliet verschijnt, komt er beroering in het volk. Het vuur van Gods heiligheid brand in Zijn ogen als Hij de mensen oproept tot bekering om het koninkrijk van God binnen te gaan. Hij neemt geen loopje met de geboden van God, en geeft onderwijs zoals nog nooit gehoord is. Zelfs de satan krijgt al snel in de gaten dat God in deze Mens een nieuw begin gemaakt heeft. Opnieuw probeert hij deze Mens(hoofd van het nieuwe mensengeslacht) ten val te brengen door listige verleidingen. Deze keer zonder resultaat. De macht van de satan, de zonde en de dood zullen gebroken worden door deze éne Mens. Na het lijden, sterven en de opstanding van Jezus zal de Heilige Geest uitgestort gaan worden. Deze Heilige Geest is in staan om mensen van binnenuit te vernieuwen. Daardoor komen ze niet alleen in een geheel nieuwe relatie tot God te staan, maar komt in hen ook het verlangen om Gods wet te gaan gehoorzamen.(Jeremia 31:33)

In een bepaalde zin was de wet ook iets dat gegeven was om de mens te ontdekken aan zijn zondige natuur. (Rom7:9-13) Dat is echter niet de enige functie van de wet. Ook na de bekering is de wet onmisbaar in het leven van gelovigen. Dat blijkt duidelijk uit bijvoorbeeld psalm 19 en 119. Paulus draagt alleen al in de efezebrief veel van de tien geboden op aan de gemeente. Dat impliceert dat hij de geboden van God zeer belangrijk achtte voor gelovigen.

Jesaja nodigt alle volken uit om de sabbat te vieren
Lezen Jesaja 56:1-8

Jesaja nodigt in dit stuk profetie alle volken uit om de sabbat te gaan vieren. Rijke zegeningen worden beloofd aan diegenen die de sabbat vieren vanuit een verlangen om God te dienen. Heerlijke beloften worden uitgesproken over degenen die ook met dit gebod van God serieus omgaan. Sommigen argumenteren dat deze uitnodiging slechts gold voor de oudtestamentische bedeling. Na de komst van Jezus zou iets dergelijks niet meer relevant zijn. Niets is minder waar. In het Nieuwe Testament wordt dit gedeelte uit Jesaja een aantal keren geciteerd. Jezus zelf citeert Jes 56:7 tijdens de tempelreiniging(matt21:13) Hij vond deze profetie blijkbaar zeer relevant. Paulus citeert een zin uit vers 1 in Romeinen 1:17. Jezus citeert in de brief aan de gemeente te Pergamus de belofte van een nieuwe naam(Op2:17) In de brief aan de gemeente te Filadelfia wordt de overwinnaars door Jezus een plaats beloofd in de tempel van God en binnen de muren van het nieuwe Jeruzalem. Ook hier wordt de belofte van een nieuwe naam weer genoemd.(verg Jes56:5) Zou iemand durven beweren dat de uitnodiging, de beloften en de zegeningen die in Jesaja 56 aan ons geschreven worden in het nieuwe testament niet meer relevant zijn?? De sabbat is dus niet alleen voor Israël maar voor alle volken.

De sabbat als schaduw
In de kollosenzenbrief spreekt Paulus de gedachte uit dat de sabbatten en feesten van God schaduwen zij van toekomende dingen. Uit het geheel van de schrift blijkt duidelijk dat dit voor de wekelijkse sabbat ook het geval is. We beschreven hierboven al de gedachte dat de sabbat ‘een stukje paradijs ‘ is dat nooit verloren gegaan is. Wij weten dat God een herstelplan heeft voor deze wereld, wat inhoud dat Hij door Zijn Zoon de zonde als macht uit Zijn schepping zal afschaffen. Dat betekent dat wij door het vieren van de sabbat niet alleen terug zien naar het paradijs, maar vooral ook uitzien naar de komende sabbatsrust die deze aarde zal vervullen. De vloek over de schepping zal dan gebroken worden, en de satan zal gebonden worden. Dan zal er werkelijk een sabbatsrust aanbreken voor deze aarde. De schrijver van de Hebreeënbrief neemt deze gedachte als uitgangspunt bij het schrijven van hoofdstuk 4. “er blijft dus een sabbatsrust over voor het volk van God”.

Waarom heeft Jezus zo veel wonderen gedaan op de sabbat? Hij leerde mensen om niet onnodig aanstoot te geven aan mensen om je heen. Zelf was Hij de Farizeeërs wel voortdurend tot aanstoot door wonderen te doen op de sabbat.
Toch ging Hij hiermee door. Waarom toch? Hij onderwees ons op deze manier dat er een dag zal komen dat deze wereld een heel nieuw tijdperk binnen zal gaan. Het tijdperk van ‘de sabbatsrust’. Dan zal er (ook weer) volop genezing en heling zijn. Dan zal er voor iedereen voldoende voedsel zijn. Er zal geen dreiging meer zijn van wilde dieren of gevaar. Gods Naam zal overal geprezen worden. En Jesaja belooft zelfs dat in die tijd iedereen de sabbat en nieuwe maansfeesten zal vieren. (jes66:23) De sabbat is dus zeker niet afgeschaft.

Sabbat in het Nieuwe Testament
Nergens in het Nieuwe Testament wordt iets gezegd over afschaffing of verplaatsing van de Sabbat. Jezus leert in de bergrede dat de tien geboden heel belangrijk zijn. De betekenis gaat veel dieper dan veel mensen dachten. Jezus heeft zelf de sabbat gevierd, en was ook gewoon om dan de synagoge te bezoeken.

De apostelen hebben in de bediening van Jezus ook geen enkele reden gezien om de sabbat af te schaffen of te verplaatsen. Ook na de opstanding lezen wij dat zij Gods sabbatten en feesten bleven vieren en dat zij ook anderen leerden om dat te doen. Vele malen komen wij de sabbat in handelingen tegen als rustdag en dag van samenkomst.

In Handelingen 13 lezen wij zelfs van heidenen die op sabbat gewend waren de synagoge te bezoeken en op die wijze de sabbat meevierden.(13:42) Zij vragen of Paulus dezelfde preek de volgende sabbat weer wil houden. Dit zou een prachtige gelegenheid geweest zij voor Paulus om uit te leggen dat ze volgende keer op zondag zouden samenkomen. Dit doet hij echter niet.

Uit de Kollosenzenbrief blijkt dat die (heidense) gemeente de sabbat en de feesten van God ook vierde. We komen daar later in deze studie nog wel op terug. Conclusie: Het is dus niet juist om te beweren dat in de schrift al aanwijzingen zijn voor een verplaatsing of afschaffing van de sabbat of de feesten.

Hoe is het misgegaan?
De vijand van God heeft er alle belang bij om inzettingen van God te verdraaien en zo de ware betekenis te verdoezelen. Ook misleid hij op deze manier veel welwillende Godvruchtige mensen. In Israëls geschiedenis komen we dit al tegen. Als in de woestijn het gouden kalf gereedgemaakt is gaat de volgende uitnodiging onder het volk uit; Morgen is er een feest voor de HEERE. (ex32:5) Later zien we bij Jerobeam een soortgelijk verschijnsel. Ook hij maakt gouden kalveren en stelt deze voor aan de Israëlieten als “de goden die u uit Egypteland geleid hebben”. Ook stelt hij andere feesten in dan Gods feesttijden om zodoende te voorkomen dat het volk tot God terug zou keren. (1kon11:28-33)

Er zijn veel overeenkomsten te vinden tussen deze twee geschiedenissen en de kerkgeschiedenis. Te veel om hier te noemen. Laten we volstaan door te zeggen dat de Naam van God verbonden is aan een ‘eredienst’ die nooit door Hem ingesteld was. Daarbij denken we dan aan de hele roomde cultus die eeuwen lang het hele ‘christelijke denken’ beheerst heeft.

Zoals Jerobeam de feesten van God afschafte om daar zijn eigen feesten voor in de plaats te stellen, zo zijn in de kerkgeschiedenis de feesttijden van God afgeschaft/veranderd voor eigen gekozen feesten. De meest belangrijke en in het oog springende verplaatsing is die van de sabbat naar de zondag.

Drie geschiedkundige factoren hebben een grote rol gespeeld bij de verandering van de sabbat naar de zondag. Allereerst ontstonden al vroeg in de kerkgeschiedenis anti-judaïstische gevoelens binnen de Christelijke gemeente. Deze gevoelens werden veelal veroorzaakt door Joodse vijandschap tegen Christenen. Toen de Romeinen begonnen om de Joden te vervolgen werd de hang naar een scheiding groter en een andere rustdag was een prima teken om een scheiding te markeren. Over de vraag welke rustdag dan wel gekozen zou moeten worden hoefde men niet lang na te denken. De zonneverering die in het Romeinse rijk gemeengoed was bood een prima alternatief! De dag van de zon, de zondag. Christenen zagen in deze dag best een rijke symboliek om het geloof te kunnen verkondigen. Christus wordt immers aangeduid als ‘de Zon der Gerechtigheid’ en is ook ‘het Licht der wereld’. Deze argumenten waren voor honderden jaren voldoende om het vieren van de zondag te rechtvaardigen. Pas veel later zouden de theologische argumenten uit de schrift toegevoegd worden in een poging om sabbatviering op de 1e dag i.p.v de 7e op de schrift te gronden. Voor deze argumenten kwam men uit bij de opstanding van Christus, de schepping van het licht op de 1e dag, en het vieren van de zondag als de 8e dag i.v.m eschatologische verwachting.

Toen keizer Constantijn zich bekeerde tot het christendom werd de zondag de verplichte rustdag in het gehele Romeinse rijk. Het paasfeest werd verplaatst naar een andere datum dan de Bijbelse, en de bijbelse feesten mochten door Christenen niet meer gevierd worden tegelijk met de Joden. In de eeuwen die volgden namen de Pausen de macht van de keizers over en heersten zij met harde hand over de volken. In deze tijd heeft Rome zich ontwikkeld tot antichristelijke macht. Heel de Bijbelse leer werd verruild door een afgodisch systeem waarin voor de boodschap van het evangelie geen plaats was. Het heil dat door de Messias verdiend is werd het kerkvolk onthouden. De Bijbel mocht niet gelezen worden.

Het licht breekt door
Na honderden jaren van duisternis brak er in de tijd van de reformatie weer licht door. De boodschap van het evangelie werd herontdekt en aan de mensen gepreekt. Velen hebben sinds dien de Heere Jezus gevonden als Verlosser en Zaligmaker en hebben uit dit geloof geleefd, velen tot de marteldood toe. God zij geprezen voor o.a de volgende feiten:

- de bijbel werd vertaald en (dankzij boekdrukkunst) verspreid onder het volk. Het woord van God kwam in de samenleving en kerken
- Een zeer verduisterd evangelie waarin vergeving van zonden gekocht of verdiend moest worden maakte plaats voor het bijbelse evangelie ‘rechtvaardiging uit geloof’
- De paus werd niet langer gezien als plaatsvervanger van Christus, het werk van de Heilige Geest werd herontdekt
- Er werd afscheid genomen van de beeldendienst en de vele heidense rituelen en symbolen die de kerk binnengekomen waren, enz.

Sommige dingen werden toen echter nog niet herontdekt. Calvijn heeft zaken gereformeerd waar Luther geen oog voor had, en zo gaat God verder de weg met Zijn gemeente. De levende verwachting van de komst van het koninkrijk van God op aarde kwam pas in de tijd van het reveil. Er kwam een verwachting van de wederkomst. Sinds 1948 is er een levende verwachting ontstaan van het herstel van Israel en de vervulling van het profetisch tegoed.

Ook vandaag heeft God een verlangen om nieuwe dingen te openbaren en om Zijn gemeente te reformeren. Wij mogen geloven dat God in onze dagen nieuw licht laat vallen op zaken die nog altijd bleven liggen. Bij nauwkeurige toetsing aan de schrift blijkt de viering van de zondag als rustdag de toets niet te kunnen doorstaan t.o.v de bijbelse sabbat op de 7e dag. Wij moeten ons hierin als gemeente van Jezus bekeren. Een aantal ‘christelijke’ feesten die gevierd worden zijn afkomstig vanuit het heidendom, terwijl een aantal feesten die op de kalender van God staan juist ontbreken. Ook dit vraagt om bekering. Het is onzinnig om te beweren dat de Heilige Geest de gemeente naar deze veranderingen geleid heeft. Niemand zou zoiets durven beweren over de afgodische roomse godsdienst, niemand mag ook zoiets beweren over de verandering van rustdag en feesten. Wij moeten onze praktijk toetsen aan de schrift.

Ons gebed is dat de gemeente van de Heere Jezus in deze dagen een reine bruid gaat worden. Een bruid, wedergeboren door de Heilige Geest, gereinigd van zonden door het bloed van Jezus, en gewassen van alle smetten van afgoderij door ‘het badwater van het woord’. Geve God ons in deze laatste dagen voor de wederkomst een Geest van uitbranding voor zaken die ons verontreinigen en een Geest van bekering om de wil op te vatten ons af te keren t.o.v alles dat niet is naar Gods woord.

Enkele citaten van de Rooms Katholieke kerk
De Katholieke kerk is eerlijk over de verplaatsing van de sabbat. De volgende citaten zouden elke protestant die allen die de Bijbel als hoogste autoriteit heeft te denken moeten geven.

“Zondagsviering door protestanten is hulde, die zij ondanks zichzelven, bewijzen aan de autoriteit van de Katholieke kerk.”

(Plain talk about the Protestantism of today,” door Monsigneur Segur, blz 113)

De Catechismus van Katholieke leerstellingen voor Bekeerlingen 3e editie pag. 50: “Vraag: Hoe kunt u bewijzen, dat de kerk macht heeft feestdagen verplicht te stellen? Antwoord: Juist daardoor, dat zij de Sabbat verschoven heeft naar de zondag, wat zelfs de protestanten erkennen, waardoor zij zich openlijk tegenspreken als zij de zondag streng onderhouden en de meeste andere feestdagen, die door diezelfde kerk werden ingesteld, heiligen"

Vraag: Als Protestanten werelds werk doen op zaterdag... volgen zij dan de Bijbel als hun enige geloofsregel?                                                                                                          Antwoord: Integendeel, zij hebben slechts de autoriteit van traditie, voor deze praktijk. Door de zaterdag te ontheiligen overtreden zij één van Gods geboden, die Hij duidelijk nooit heeft afgeschaft: "Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt".

Vraag: Welke dag is de Sabbatdag?
Antwoord: Zaterdag is de Sabbatdag. "Het behaagde echter de Kerk van God om de feestelijkheid van de Sabbat te verplaatsen naar de zondag"

(De Roomse Catechismus, volgens een besluit van het concilie van Trente uitgegeven (blz.247) op bevel van paus Pius V)

Conclusie synodevergadering over de sabbat
Verder zijn er in de afgelopen jaren een tweetal generale synodes gehouden die allebei uitsluitend over het onderwerp sabbat-zondag handelden. Nadat ds.Ophoff  in 1999 een aantal confronterende uitspraken gedaan had in een preek over het 4e gebod ontstond er onrust binnen de protestantse kerken. Er zijn toen 2 synode’s gehouden, één te leusden 1999, en één te Zuidhorn. De conclusie’s van de synode zet ik hieronder neer.

Wat lag er op de tafel van de Generale Synode te Leusden 1999 (GSL)?

Ds. D. Ophoff (toen te Nieuwegein) deed in een preek uitspraken over het 4e gebod. Deze vielen een aantal gemeenteleden nogal rauw op het dak. Het waren voor hen ongewone uitspraken. Na vele discussies, ook in de kerkelijke weg, kwam de GSL tot uitspraken:

1. De opvatting van ds. Ophoff, “dat de zondag als rustdag niet gegrond is op een goddelijk gebod”, is niet te veroordelen (GSL art. 25 besluit 4.3.
2. De christelijke kerk heeft in haar gelovig antwoord op de leiding van Gods Geest aan de zondag de byzondere waarde van rustdag toegekend naar het voorbeeld van Israels sabbat (GSL art. 25 besluit 4, grond 3)
3. De zondag als rustdag is gegrond op een verantwoorde keus van de christelijke kerk (GSL art. 25, besluit 4, grond 3)

Conclusie

In de kerken wordt de mening toegestaan, dat:

1. de rustdag niet gegrond is op een goddelijk gebod. Tegelijk wordt nadrukkelijk vastgehouden dat
2. de rustdag wel gegrond is op het voorbeeld van Israels sabbat en daarmee in lijn is met het 4e gebod en dat
3. de rustdag gegrond is op een verantwoorde keus van de christelijke kerk. Dat laatste betekent: voor God Dat geeft aan deze uitspraak een zware lading.

Ik laat iedereen vrij in het interpreteren van deze conclusie’s, maar het feit dat de rustdag ‘niet gegrond is op een goddelijk gebod’ en dat de rustdag ‘een verantwoorde keus is van de christelijke kerk’ komt vrijwel één op één overeen met de eerder genoemde uitspraken van de rooms-katholieke kerk. Wat is erop tegen om onze rustdag niet alsnog te gronden op het goddelijke gebod?

‘Moeilijke teksten’
Iedere Christen die besluit om de 7e dag te heiligen voor God kan rekenen op heel wat tegenstand. Het zijn veelal medegelovigen die tegen een dergelijke keus in opstand komen en de broeder of zuster proberen op andere gedachten te brengen. Kortweg zijn er twee reactie’s mogelijk. Reactie’s van mensen die menen dat de zondag i.p.v de sabbat gekomen is, en reacties van mensen die menen dat sabbatvieren in het N.T niet (meer) van belang is, zeker niet voor gelovigen uit de volken. We zullen hieronder enkele van de teksten die als tegenwerping gebruikt worden behandelen.

  1. Is het zo dat het N.T leert dat de zondag i.p.v de sabbat is gekomen?

Hand 20:7-12
Als Lucas bij het schrijven van het boek Handelingen de joodse tijdsrekening aanhoudt dan betekent dit dat de samenkomst op zaterdagavond plaatsvond, en dat Paulus op zondag vertrokken is om te reizen. Als dit waar is, vierde Paulus de 1e dag der week dus niet als sabbat.
Als Lukas de Romeinse tijdsrekening aanhoudt betekent dit dat de discipelen op zondagavond bij elkaar waren. Dan vind de viering van ‘het avondmaal’ plaats op maandag. Waarom zou je dit avondmaal dan pas na middernacht(en dus op maandag) vieren als het doel van de samenkomst was om op de opstanding de dood des Heeren te gedenken door het gebruiken van een/de maaltijd? Het is veel meer waarschijnlijk dat het hier gaat om een bijzondere samenkomst ter gelegenheid van het vertrek van Paulus. Tijdens deze samenkomst doet de Heer een groot wonder dat de gelovigen zeker gesterkt zal hebben nu zij afscheid moesten nemen van Paulus. Het strekt gelovigen niet tot eer om deze geschiedenis te gebruiken om zondagsheiliging vanuit de schrift de rechtvaardigen. Nergens in deze geschiedenis wordt de indruk gewekt dat de 1e dag van de week de nieuwe rustdag zou zijn. Wel komen we op heel veel andere plaatsen in het boek handelingen tegen dat Paulus ‘naar zijn gewoonte(!)’ de sabbat vierde als dag van rust en onderwijs met zowel Joden als Grieken. Hierin is overtuigend bewijs te vinden dat dit Gods bedoeling, Zijn standaard is; ook voor het nieuwe verbond. (hand 13:14,42-44 15:21, 16:13, 17:2, 18:4)

1 Kor 16: 1-3
Was er een samenkomst waarin collecte gehouden werd op de eerste dag van de week? Daarvoor is geen enkele aanwijzing te vinden in deze tekst. Paulus schrijft nadrukkelijk dat de gelovigen iets bij zichzelf moeten wegleggen. Dat impliceert dat er hier geen sprake was van een samenkomst. Anders had Paulus immers wel geschreven dat de gelovigen in de wekelijkse samenkomst hun giften moesten afdragen… Dit argument wordt nog versterkt door het feit dat Paulus in deze brief al nadrukkelijk een aantal keren gesproken heeft over “het moment waarop u samenkomt”(H11:18,20,33,40.) Hier gebruikt hij deze term helemaal niet wat aangeeft dat hij met deze verordening helemaal niet denkt aan een wekelijkse samenkomst op de 1e dag der week. Opmerkelijk: waarom spreekt Paulus hier gewoon over de eerste dag der week…? Hij spreekt niet over de ‘dag des Heeren’ en zeker ook niet over ‘de sabbat’. Voor Paulus was de eerste dag der week blijkbaar gewoon een dag als alle anderen.

Op1:10; de Dag des Heeren

Is het werkelijk de bedoeling van Johannes om ons te vertellen op welke dag Hij zijn openbaring ontving? (Zou hij al deze openbaring werkelijk op 1 dag ontvangen hebben??)
De zondag wordt in het N.T zonder uitzondering de 1e dag der week genoemd. Nergens komen we de aanduiding ‘dag des Heeren’ tegen voor de zondag. Dit geeft des te meer te denken als wij bedenken dat Johannes zijn evangelie(volgens de verklaarders) kort voor Openbaring geschreven heeft. Ook in Zijn evangelie gebruikt Johannes gewoon de term 1e dag der week, en niet ‘dag des Heeren’. De uitdrukking ‘dag des Heeren’ staat geheel in de contekst van de eschatologische ‘dag des Heeren’; de dag van het oordeel.(Jom JHWH) (op1:7-8, 12-18, 19)
Het klopt dat de Griekse uitdrukking die in Opb. 1:10 gebruikt wordt uniek is t.o.v  van andere plaatsen in het N.T waar de ‘dag des Heeren’ genoemd wordt. Dit is echter geen reden om aan te nemen dat deze uitdrukking daarom op de 1e dag der week zou slaan. In 1kor11:20 gebruikt Paulus 1 keer een speciaal Grieks woord om het avondmaal aan te duiden; ‘Des Heeren maaltijd’. Dit betekent dan toch ook niet dat het hier om iets anders dan het avondmaal gaat? Door beschouwing van de context en het onderwerp kunnen wij deze uitdrukking eenvoudig duiden als slaande op ‘de dag des Heeren’ die door de profeten veelvuldig aangekondigd is.

  1. Is het zo dat het N.T leert dat het onderhouden van de sabbat een overbodige zaak zou zijn?

Kol2:14, 16-17
Is de wet aan het kruisgenageld, en wil Paulus de gelovigen nu overtuigen dat zij niets meer te maken hebben met sabbatten of bijbelse feesten?
De wet is NIET aan het kruisgenageld. Volgens rom7:12 is de wet heilig, rechtvaardig en goed. Is Gods oplossing voor het zondeprobleem werkelijk ‘de schuld wegnemen door de morele gedragslijn te vernietigen en de mens dan zo achter te laten’? Gelukkig niet…
Handschrift betekent hier zoveel als; ‘geschreven document’. Het gaat om een ‘geschreven verslag’ van onze zonden en ongerechtigheden dat door Christus op het kruis gebracht is. Halleluja!

Ageert Paulus in vs 16-17 tegen sabbat en bijbelse feesten vieren? Geheel niet! Waar Paulus wel tegen ageert, zijn enkele bepaalde gebruiken bij de viering van deze feesten die voortkomen uit gnostische of hellenistische invloeden. Dat blijkt duidelijk uit de context. Het gaat hier om ‘vleselijke nederigheid, engelenverering(vs18), bepalingen zoals pak niet, proef niet, raak niet aan(vs21) en geboden en leringen van mensen’(vs22). De sabbatten en feesten zijn geen geboden van mensen. Mensen kunnen wel een bepaalde(verkeerde) manier van het vieren van deze feesten opleggen. Paulus maakt duidelijk dat de gelovigen zich hier niet aan hoeven te storen. Zij moeten zich bij de vieringen juist ‘houden aan het Hoofd’(vs19) en de werkelijkheid van de vervulling door de Messias centraal houden.

Gal4:10
Geen enkele gelovige die zelf bepaalde feesten viert(kerst of pasen) kan deze tekst gebruiken om iemand die sabbat of bijbelse feesten viert afkeurend te benaderen. Met de tekst uit kol2:16-17 nog vers in ons geheugen wordt wel duidelijk dat Paulus niet bedoelt heeft dat het vieren van sabbat of feesten verkeerd zou zijn, als Jezus centraal staat. De gemeente te Galatië was dwalende als gevolg van dwaalleraren. Wat deze leringen precies geweest zijn is slechts ten dele bekend. Wel is duidelijk dat Paulus de gelovigen niet verbied om sabbatten of feesten te vieren zoals God die noemt in Zijn woord. De zaken die hij wel verbied worden hier gewoon niet bij name genoemd. In de efezenbrief legt Paulus veel van de tien geboden uit (en op) aan de gelovigen. Zou hij anderen dan verbieden Gods wetten in acht te nemen? Dit is ondenkbaar.

Rom14:5-6
Een vergelijkbare situatie treffen wij aan bij de Romeinen, met dit verschil; de galaten zagen de opgelegde verplichtingen als voorwaarde voor de zaligheid. Daarom is Paulus in zijn betoog tegen de galatiërs zeer fel en afwijzend. Bij de Romeinen is deze overtuiging niet aanwezig. Paulus roept op tot verdraagzaamheid in deze dingen om de onderlinge gemeenschap niet te verstoren. Kan deze tekst gebruikt worden om het vieren van de sabbat als een ‘gewetenskwestie’ aan te merken? Dit laat zich moeilijk verteren. In H13:9 noemt Paulus vijf van de tien geboden en legt hij uit dat al deze geboden slechts waarde hebben als zij in liefde gepraktiseerd worden. Zou hij een klein stukje verder dan plotseling betogen dat één van de andere 10 geboden niet van veel betekenis is? Zou dezelfde Paulus die in rom 7:12 de wet ‘Heilig, rechtvaardig en goed’noemt in H14 opeens pleiten voor gewetensvrijheid in het doen van de geboden van God? Wat nog meer is: zou dezelfde Paulus die in romeinen 8 verteld dat ‘het recht van de wet vervuld wordt in ons die geloven’ (verg Jer 31:33) beweren dat de geboden van God ingevuld kunnen worden naar gewetensvrijheid?

Hand 15:20
In Handelingen 15 lezen wij de geschiedenis van het eerste apostelenconvent. Joodse gelovigen leerden dat heidense gelovigen verplicht de besnijdenis moesten ondergaan en wet van Mozes moesten gaan doen om gered te kunnen worden. Over deze kwestie komen de apostelen bij elkaar in een vergadering. Het is belangrijk om te beseffen dat het wel of niet houden van de tien geboden door heidense gelovigen hier niet ter discussie stond. Overspel, stelen, liegen, moorden… Vanzelfsprekend gelden deze geboden voor alle gelovigen. De Heilige Geest schrijft ze in onze harten. Het houden van de wet van Mozes betekent in dit verband; de reinheidswetten, de spijswetten, de offerwetten enz. De Apostelen beslissen dat deze zaken niet aan de gelovigen opgelegd zullen worden. Wel worden er vier bepalingen gegeven(vers20) die nodig zijn om omgang te hebben met joodse gelovigen zonder hen te verontreinigen. Zo kunnen Jood en heiden in één gemeente functioneren. De overige wetten worden ook niet verboden. Sterker nog, het lijkt erop dat de apostelen verwachten dat heidense gelovigen zich hier wel in zullen verdiepen. Ze concluderen aan het einde van de vergadering; “Mozes wordt immers elke sabbat in de synagoge gelezen…”(vs 21

Hebreeën 8
In hebreën 8 wordt gesproken over een verbond dat verouderd is en de verdwijning nabij. Wat moeten wij hiermee? Heeft dit wellicht ook betrekking op de tien geboden en daarmee de sabbat?
Er zijn twee manieren waarop je deze tekst kunt uitleggen.

1. Een goede manier van bijbelstudie doen is om een tekst te onderzoeken in het verband waarbinnen hij geschreven staat. De uitleg van deze tekst vinden wij al direct in de volgende hoofdstukken. Het oude verbond had ‘een schaduw van toekomstige heilsgoederen en niet het wezen van de dingen zelf’(H10:1) Zoals in hoofdstuk 9 en 10 te lezen is slaat de tekst dan op de O.T offerdienst. De offers, de tabernakel, de voorwerpen voor de eredienst, de priesterdienst en de reinigingsrituelen worden hier allen omschreven als “schaduw van toekomstige heilsgoederen”. Alles dat te maken had met de dienst der verzoening in de tabernakel was bedoeld als schaduw van de verzoening door Jezus die komen moest. Er zijn prachtige boeken verschenen om al deze zaken uit te werken in het licht van het N.T. (David M. Levi. De tabernakel) We begrijpen nu dat als de schrijver het heeft over de verdwijning van het oude verbond Hij doelt op deze zaken die in Christus tot volheid gekomen zijn.
2. In het licht van het N.T is het eenvoudig om te komen tot een tweede verklaring van deze tekst( een verklaring die de eerste niet uitsluit). In het oude verbond was de wet geschreven op twee stenen tafelen. In het nieuwe verbond wordt de wet geschreven op de ‘tafel van ons hart’.(jer31:33) Dat betekent in feite dat onze wil van binnenuit vernieuwd wordt. Wij doen Gods geboden niet omdat dit ons opgelegd wordt, maar omdat wij dat ook graag willen. Het komt van binnenuit. Ook in die zin was ‘het oude verbond de verdwijning nabij’. De bediening van de letter is vervangen door de bediening van de Geest. (2kor3:3) De wet in ons hart schrijven is natuurlijk heel iets anders dan de wet afschaffen. Voor een dergelijke uitleg leent deze tekst zich dan ook niet.

Korte samenvatting
Het is belangrijk om te beseffen dat de tien geboden duidelijk gegeven zijn voor alle mensen van alle tijden en plaatsen. Dat blijkt o.a uit het feit dat Jezus deze geboden uitlegt aan Zijn discipelen(bergrede) en deze opdraagt om alle mensen te leren Zijn geboden te onderhouden. (matt28:19)

Paulus draagt in de Efeze brief de gelovigen op om de tien geboden te houden door deze uit te leggen en toe te passen. Hij legt de geboden wel uit vanuit een positieve insteek. Dat wil zeggen, niet alleen ‘gij zult niet’ maar veel meer dan dat! Dit is de hartgesteldheid die de Heilige Geest t.o.v elk gebod in ons hart wil bewerken. Dat is ‘de wet van/volgens Christus’. Enkele voorbeelden:

- Ef4:28 De wet zegt: je mag niet stelen. Paulus legt uit dat het Gods bedoeling is dat mensen niet stelen, maar werken om hun inkomsten te kunnen delen met armen. Dat is nog meer dat de wet al vroeg.
- Efeze 5:3&4 Hebzucht heeft te maken met begeerte. De wet zegt: Gij zult niet begeren. Wij hoeven echter niet alleen te wandelen zonder steeds te begeren Efeze 4:28. Wij mogen wandelen vol dankzegging. Paulus zegt op een andere plaats: Ik heb geleerd tevreden e zijn in de omstandigheden waarin ik verkeer(fil 4:11) Overvloed, gebrek, honger en verzadigd zijn, vernederd worden. Laten wij dankzeggen en niet bezet zijn met verkeerde verlangens. Dat is Christus in ons hart.
- Efeze 5:22 t/m 25 is een bijbelgedeelte dat handelt over het huwelijk. De wet zegt alleen ‘Gij zult niet echtbreken’. Paulus legt uit dat dit gebod in een veel diepere zin pas werkelijk in ons leven tot vervulling kan komen. Dat kan alleen als man en vrouw “elkaar dienen door de liefde.” Volgens de wet van de Messias wordt van de man zelfs gevraagd om uit liefde Zijn leven op te offeren voor Zijn vrouw. Alleen de Heilige Geest kan deze hartsgesteldheid bewerken in harten van gelovigen.
- Dit zijn een paar voorbeelden van de wijze waarop de Heilige Geest de geboden van God kan en wil toepassen in onze dagelijkse levenswandel. Als deze uitleg geld voor deze geboden, hoe veel te meer zal het gebod van het vieren van de sabbat een heerlijke vervulling krijgen in ons leven als God dit gebod in ons hart schrijft! Wij zullen Zijn dag heiligen met vreugde! Wat een weldaad om te rusten en om deze dag door te brengen in aanbidding en dankzegging voor al Zijn weldaden. Om tijd te hebben voor het woord van God, huwelijk en gezin. En wat meer is: God zal de sabbat tot een principe maken in ons denken. Wij mogen de paradijselijke rust ervaren, die eenmaal deze schepping vervulde, en die God weer zal herstellen als Hij zal zijn, alles en in allen.

Eindnoot
Aan het eind van deze studie willen we nog één ding duidelijk te stellen. Het houden van de wet kan en zal niemand redden. Redding is uitsluitend beschikbaar door degene waar de wet over spreekt namelijk; Jezus de Messias. Ons oog moet gericht zijn op Hem, omdat Hij de overste Leidsman is, en de Voleinder van het geloof. Zoals al eerder gesteld zit het gehele verlossingsplan van God al geopenbaard in de wet.(de 5 boeken van Mozes als geheel) Je vindt het terug in de feesten, in de offers, in de namen van de mensen, in de geschiedenissen enz. Het is goed om daarmee bezig te zijn. In overeenstemming met de woorden van de Heilige Geest die we kunnen lezen in handelingen 15 zijn wij als gelovigen uit de volken niet verplicht om alle geboden uit de wet te praktiseren. Dit wil echter niet zeggen dat wij ons er ver vandaan moeten houden. Een Bijbels dieet is te allen tijde het beste voor een mens, en het vieren van de Bijbelse feesten kan ons als gemeente van Jezus helpen om de diepten in het woord te ontdekken en de onderlinge eenheid versterken.

In de wet zitten veel geestelijke principe’s verborgen die hun ware vervulling vinden in de Messias. Denk aan de verschillende tempelattributen, sabbats en jubeljaar, het principe van lossing, hogepriesterschap enz. Deze zaken vragen van ons geen letterlijke naleving(meer) maar een leven gericht op de grote Vervuller van deze geboden.

Andere zaken hebben voor ons een zeer diepe en rijke betekenis, als wij deze geboden van God willen bedenken en praktiseren. Elke Christen weet dat ook. Een goed voorbeeld daarvan is het paasfeest. God vraagt niet van ons dat wij dit feest vieren om één keer per jaar aan Jezus te denken. Hij doet dit wel om ons te leren dat wij moeten leven vanuit de verzoening die aangebracht is door het Lam van God. Een soortgelijke vervulling is aan te wijzen voor de andere feesten die God in Zijn woord voorschrijft. Waarom vieren wij deze feesten niet?

Laten wij nooit vervallen tot een slaafse en wettische gehoorzaamheid. Het is alleen de Heilige Geest die ons kan leiden in een leven tot eer van God. Hij kan ons duidelijk maken hoe een bepaald gebod in ons leven op de juiste manier, tot eer van God toegepast kan worden. Laten we veel bidden om vervulling met de Heilige Geest zodat het God is die ons leven leidt en zodat Hij ons kan gebruiken om grote dingen tot stand te brengen.

Prediker 12:13 De slotsom van al dat door u gehoord is, is dit: Vrees God en houd u aan Zijn geboden wat dit geldt voor alle mensen.

Dit feest heeft betrekking op de reiniging en nieuwe inwijding van de tweede tempel. In Johannes lezen we dat Jesjoea tijdens dit feest in de tempel was. Johannes 10:22-23 “En het was het feest van de inwijding van de tempel in Jeruzalem, en het was winter. En Jezus liep rond in de tempel, in de zuilengang van Salomo.

We kunnen het verhaal van de opstand, herovering en reiniging van de Tempel lezen in de Makkabeeën brieven (zgn. apocriefe boeken). Zeer inspirerende boeken en de moeite waard om ze te lezen. Het verhaal gaat in het kort zo: 

Na de dood van Alexander de Grote werd zijn rijk in stukken verdeeld onder zijn vier generaals, Generaal Ptolemeüs kreeg Palestina en Egypte. Onder zijn bewind werd het Hellenisme verder uitgebreid en werd steeds belangrijker in het gebied. Een groot deel van Juda had daar geen problemen mee en nam steeds meer zaken vanuit die afgoderij over. Steden werden in Griekse stijl gebouwd, er kwamen sportscholen en de verering van het lichaam werd steeds belangrijker. Een Joodse priester genaamd Jezus liet zich zelf aanspreken met de Griekse naam Jason. Zo werden de Joden steeds verder los geweekt van hun identiteit. Vooral de orthodoxen hadden het zwaar, want die wilden dit niet. Hun wetboeken werden verbrand en de tempel in Jeruzalem werd ernstig geschonden.

In de jaren 175-164 voor de gangbare jaartelling kwam Antiochus IV Epifanes in beeld, hij voerde oorlog tegen Ptolemeüs. Hij had een groot leger met olifanten, wapens, wagens, ruiters en een vloot. Hij voerde werkelijk een schrikbewind en trok op naar Jeruzalem en nam het in. Het was tot een dieptepunt gekomen, hij offerde zelfs varkens tijdens de Tempeldienst. In die dagen stond Mattathias, een priester op in de stad Modin. Hij had vijf zonen, één daarvan Judas, die genaamd was Makkabeeër. Mattathias startte een volksopstand met de woorden “Een ieder die ijvert voor de wet, en het verbond vasthoudt, die gaat uit achter mij”. Toen hij stierf nam zijn zoon Judas de fakkel over en vergaarde zich een groot leger om uiteindelijk Jeruzalem weer in handen te krijgen en om de tempel weer in ere te herstellen. En zo gebeurde het, door een zeer bloedige strijd heen. Toen ze de stad en de tempel eenmaal weer in handen hadden, begonnen ze deze weer te reinigen. De kandelaar moest ook weer branden, want de verordening was dat hij eeuwig zou branden.
Leviticus 24:1-4 “De HEERE sprak tot Mozes: Gebied de Israëlieten dat zij zuivere olie, uit gestoten olijven, naar u toe brengen voor het licht, om voortdurend een lamp te laten branden. Aäron moet die voor het aangezicht van de HEERE voortdurend verzorgen, van de avond tot de volgende morgen, aan de buitenkant van het voorhangsel van de getuigenis in de tent van ontmoeting. Het is een eeuwige verordening, al uw generaties door. Op de kandelaar van zuiver goud moet hij de lampen voor het aangezicht van de HEERE voortdurend verzorgen.” 

In de Talmoed staat vermeld dat de kandelaar aangemaakt moest worden met speciale olie. Gelukkig vond iemand nog één kruikje met het priesterlijke zegel erop, maar dat kruikje was precies genoeg voor één dag. De reiniging van de olie zou echter acht dagen duren. Maar de lamp bleef branden, acht dagen lang, op dat ene kruikje. Er was genoeg tijd om nieuwe gewijde olie te maken.  In het boek van de Makkabeeën is dit verhaal niet terug te vinden, wel de reden dat het feest acht dagen duurde. Dat was omdat het eigenlijk een uitgesteld loofhuttenfeest was, dat niet gevierd kon worden vanwege de verontreinigde tempel.

De tempel werd ingewijd en dit wordt jaarlijks, op 25 Kislev, herdacht door het aansteken van de Chanoekia. De Chanoekia lijkt op een Menora, maar heeft acht + één armen, de Menora heeft er zeven. Er worden allerlei modellen gemaakt, variërend van een prachtige zilveren kandelaar, tot een houten bakje met negen waxinelichtjes erin. Het extra lampje/kaarsje wordt ook wel de sjamasj genoemd. Het betekent de dienaar. De kaarsen worden aangestoken met deze dienaar.   

Ook in dit feest zitten prachtige Messiaanse verwijzingen. Dit feest herinnert ons eraan dat ons lichaam (als tempel) gereinigd met worden en rein moet blijven. Verder mag Zijn licht in ons leven schijnen, naar de menen om ons heen.  Het is niet te bewijzen dat Jesjoea dit feest vierde. Het is wel veelzeggend dat Hij tijdens dit feest in de tempel te vinden was. Ook daar openbaarde Hij zichzelf en sprak over Zijn leiderschap en Zijn herderschap. Hij is het licht voor deze wereld en is de dienaar.  

Het feest valt in onze decembermaand. Dat maakt het een fijn feest voor de toch wel moeilijke decembermaand, vanwege het (van oorsprong heidense) kerstfeest, dat centraal staat in onze samenleving. Zeker voor de kinderen, omdat op school en in de wereld om hen heen veel aandacht wordt gegeven aan Sinterklaas en kerst, dat maakt deze periode extra moeilijk voor hen.  Het Chanoeka feest staat voor licht in de duisternis. We vieren Chanoeka als gemeente ook. We doen dit thuis, waar we de kandelaar aansteken en laten zien aan onze buren dat we het licht laten ontbranden (ook in ons hart) en in de samenkomst. Bij de Sabbatschool besteden we er ook aandacht aan. Vaak doen we een extra activiteit in die week.  Er worden door de verschillende Joodse gemeenschappen vaak openbare Chanoeka bijeenkomsten gevierd. Het is fijn om daar heen te gaan en te laten zien dat we achter hen staan.  

Kinderverhalen: Vier je mee?

36371722 608099096242258 5909846188655378432 n

Bent u op zoek naar mooie kinderverhalen bij de Bijbelse feesten? Dan is “Vier je mee?” echt iets voor u. Het is een bundel met zes op de Bijbel gebaseerde verhalen, twee voor elk feest. In deze verhalen spelen kinderen de hoofdrol.

Een aantal 'juffen' uit onze gemeente hebben de verhalen geschreven onder redactie van Evert en Tineke van Balen.

Meer weten? Vierjemee@hotmail.com

Agenda

Bekijk de invulling van de komende samenkomsten (en de activiteiten rondom de feesten).

Feesten

icoon shofarHier komt u meer te weten over wat de Bijbelse feesten te zeggen hebben en hoe we invulling daaraan geven als gemeente.

Preken terugluisteren

icoon prekenLuister de preken en parasja's terug die de afgelopen tijd zijn gehouden in de gemeente.